Een plan in balans
Een landschapsplan en beeldkwaliteitsplan maakt helder wat blijft, wat verdwijnt en wat er nieuw komt. Het eindresultaat moet in balans zijn:
- Winst voor het landschap (en daarmee voor buurtbewoners en voorbijgangers)
- Winst voor de eigenaar
- Winst voor de toekomstige gebruiker
Het landschapsplan
Het landschapsplan is de ruggengraat van het project. Het plan beschrijft de uitgangspunten van de transformatie en laat zien hoe de onderdelen samenkomen. Van de oriëntatie van gebouwen op zon en wind tot de positionering op het erf en de manier waarop historische structuren behouden of hersteld worden.
Gemeenten letten sterk op hiërarchie en compactheid. In Salland betekent dit vaak dat een hoofdboerderij centraal staat, met bijgebouwen in de directe nabijheid. Dit beeld moet overeind blijven bij de ontwikkeling. Door historische gegevens te combineren met cultuurhistorische kennis, bepalen we samen wat passend is. Elk erf is uniek – zeker in de gevarieerde lappendekken van Salland.
Harry ten Have: “In het buitengebied leggen we geen siertuinen aan, maar moestuinen. We verbinden het erf met het landschap door gebruik te maken van streekeigen beplanting zoals heggen, houtwallen en boomgaarden.”
Wat maakt een erf?
Een erf is meer dan een groep gebouwen. Het is een samenhangend geheel van bebouwing, beplanting en verharding, verweven met het omliggende landschap. Kenmerken van Sallandse erven zijn onder meer:
- Een agrarische uitstraling van de bebouwing
- Een open verbinding met het landschap
- Samenhang in kleur en vorm van gebouwen
- Solitaire bomen, zoals walnotenbomen
- Een bescheiden siertuin voor de gevel, omgeven door een heg of hek
- Eenvoudige bestrating, zoals zand, klinkers of betonplaten
- Streekeigen hagen aan de voorzijde
Het beeldkwaliteitsplan
Waar het landschapsplan de structuur bepaalt, beschrijft het beeldkwaliteitsplan de uitstraling van de gebouwen. In het buitengebied kiezen we niet voor statige notariswoningen, maar voor gebouwen die qua vorm en uitstraling aansluiten bij het agrarische landschap. Denk aan woningen die het silhouet hebben van een kapschuur of de eenvoud van een ligboxenstal. Wanneer een boerderij wordt opgesplitst, zorgen we ervoor dat het oorspronkelijke karakter behouden blijft of, waar nodig, juist wordt hersteld. Nieuwe erven krijgen daarbij altijd een duidelijke hoofdboerderij, omringd door schuurvormige bijgebouwen die samen een herkenbare erfstructuur vormen. In het beeldkwaliteitsplan staat vastgelegd welk type bebouwing past, van schuurwoningen tot boerderijvormen. Maar ook hoe hoog de nok mag zijn en welke materialen gebruikt worden. Vaak bevat het plan referentiebeelden die richting geven.
Marten Jansen: “Het beeldkwaliteitsplan beschrijft vrij precies hoe je toekomstige woning eruit komt te zien, een ander heeft dus deels bepaald hoe jij je geld gaat uitgeven. Toch blijft er binnen de randvoorwaarden voldoende ruimte om een eigen draai te geven aan een nieuw te bouwen woning. Altijd al in een schuurwoning of karakteristieke boerderij willen wonen? Dan zit je goed in het buitengebied.”
De rol van KGO
Met de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) kunnen noodzakelijke investeringen worden gedaan, zoals het slopen van asbesthoudende schuren, het bouwrijp maken van grond en het aanbrengen van streekeigen beplanting. De regeling is bewust zo opgezet dat er geen grote winnaars of verliezers zijn. Het draait om herstel, behoud en versterking van het landschap, niet om financieel gewin. Het is in balans, net als het landschap.
Meer weten over erfontwikkeling in het buitengebied? Lees dan hier verder.